DramaOnline logo

Op 14 juni is het Buitenspeeldag!

10 Leuke dramaoefeningen om buiten te doen

Op 14 juni is het weer Buitenspeeldag. De nationale dag waarop kinderen gestimuleerd worden om buiten te spelen. En wat is er leuker om dan ook buiten drama te geven?

In principe kun je natuurlijk iedere dramales buiten plaats laten vinden. Belangrijk hierbij is dat het een rustige plek is, waar de leerlingen zo min mogelijk gestoord worden. Plus een duidelijk afgebakend speelvlak, zodat de leerlingen begrensd zijn in hun ruimtegebruik en niet alle kanten op gaan.

Hieronder staat een aantal tips voor dramaoefeningen die bij uitstek geschikt zijn om buiten uit te voeren, bijvoorbeeld omdat ze veel ruimte nodig hebben of extra leuk zijn in een natuurlijke omgeving.

Veel plezier!

Ontsnapte gevangenen (groep 1-8 / bewegingsspel)

Je verdeelt de leerlingen in maximaal 5 groepen. Elke groep gaat in de ruimte achter elkaar staan. De leerlingen zijn ontsnapte gevangenen. Degene die voorop loopt, beeldt uit welke route zij gaan en in welke handelingen zij daarbij nodig hebben. Laat enkele voorbeelden zien: over slootjes springen, slingeren aan een touw en tijgeren over de grond. De volgers doen dit zo goed mogelijk na.

Wanneer je de muziek stopt, staan de leerlingen stil. Jij of één van de leerlingen speelt op dat moment de politieagent, die op zoek is naar de gevangenen. Als de muziek weer start, sluit de voorste leerling achter de laatste aan en beeldt de volgende een nieuwe route uit.

Tip: Deze oefening is zeer geschikt om aan te passen als onderdeel van een thema. De gevangenen kunnen ook Sneeuwwitjes zijn op de vlucht voor de jager of dieren die proberen te ontsnappen uit de dierentuin.


Vogel in het bos (groep 5-8 / concentratie)

De leerlingen staan in de kring. Eén leerling, de vogelliefhebber, staat in het midden van de kring met de ogen dicht. De leerlingen maken bosgeluiden. Er is slechts één leerling die vogelgeluiden maakt. Deze vogel wordt door jou aangewezen. De vogelliefhebber loopt met de ogen dicht naar de vogel. Zodra de vogel ontdekt is, wordt een nieuwe vogelliefhebber gekozen.

Dag moeder! (groep 1-4 / pantomime)

In het midden van de ruimte staat moeder. De overige leerlingen, de kinderen, staan aan de kant. Je fluistert hen een handeling in, bijvoorbeeld fietsen. De kinderen lopen nu gezamenlijk langzaam van de ene kant van de ruimte naar de overkant. Moeder vraagt: "Dag kinderen, wat hebben jullie vandaag gedaan?" De kinderen beelden de handeling uit. Zodra moeder de handeling hardop geraden heeft, rennen de kinderen terug naar de muur. Moeder tikt de kinderen voor zij de muur bereikt hebben. Degene die als eerste getikt is, wordt de nieuwe moeder.

Variatie: Uiteraard kan dit spel ook met een vader gespeeld worden.

Geheime plaats (groep 5-8 / samenwerking)

Verdeel de leerlingen in groepjes van 5 tot 7 personen. Elk groepje houdt gezamenlijk een krantenpagina strakgespannen. Eén van de leerlingen neemt een plaats in de ruimte in gedachten en probeert de rest van de groep daar zonder tekst naar toe te leiden. De krant mag hierbij niet scheuren. Hierna wordt van leider gewisseld.

Mission impossible (groep 6-8 / bewegingsspel)

De leerlingen bewegen ieder voor zich door de ruimte. De ruimte is bewaakt door middel van denkbeeldige infraroodstralen, zoals in de film Mission Impossible. De leerlingen vinden hun eigen weg door deze stralen heen. Bijvoorbeeld door te kruipen of te springen.

Na dit geoefend te hebben, verdeel je de leerlingen in groepjes van 4 tot 6 personen. Met elkaar bedenken ze een route, die zij als inbrekers volgen. Het is de bedoeling dat zij de infraroodstralen eerst goed voor zichzelf in beeld hebben. Uiteraard is het mogelijk om onderweg nog iets tegen te komen, zoals een bewaker of een kat.

Hierna worden de verschillende scènes aan elkaar gepresenteerd.


Kijk en bevries (groep 1-3 / tableaus)

De leerlingen lopen in een rij achter je aan. Wanneer je omkijkt, staan zij stil. Wissel de verschillende manieren van lopen af, zoals huppelen, rennen of sluipen.

Tip: Je kunt ook een leerling voorop laten lopen.

De poppenwinkel (groep 3-6 / tableaus)

Je kiest twee leerlingen uit, waarbij één van hen de klant is en de ander de verkoper. De overige leerlingen zijn poppen. De poppen dansen op muziek door de ruimte. Wanneer de muziek stopt, staan ze stil. De verkoper laat nu één voor één alle poppen aan de klant zien door ze aan te tikken. Wanneer een pop aangetikt wordt, begint deze te bewegen. Hierbij mag geluid gemaakt worden. Vervolgens zet de verkoper de pop ook weer uit.

Nadat alle poppen aan de klant gepresenteerd zijn, bedenkt de klant een smoes waardoor de verkoper de winkel moet verlaten. Bijvoorbeeld "uw auto staat in brand". De verkoper gaat naar de kant en houdt de ogen dicht. De klant zet nu alle poppen weer aan, waardoor deze beginnen te bewegen. De klant steelt één van de poppen door deze buiten het zicht te brengen.

De verkoper mag nu terugkomen, alle poppen uitzetten en ontdekken welke pop gestolen is.

Tip: Dit spel verloopt sneller wanneer je meerdere klanten aanwijst. Elke klant mag ook een eigen pop stelen.

Variatie: Je kunt de leerlingen een thema meegeven, waar de poppen in gemaakt worden. Bijvoorbeeld sprookjes of sport.


Een vriendelijk gevecht (groep 5-8 / toneelspel)

De leerlingen staan als groep in de ruimte met hun gezicht naar je toe. Je bent hun tegenstander in een gevecht en voert bepaalde handelingen uit. De leerlingen beelden uit wat je doet, alsof het hen overkomt. Ze vechten niet terug, maar ondergaan alleen jouw aanval. Er mag geluid gemaakt worden. Neem de tijd voor de verschillende handelingen, zodat zij daar hun eigen draai aan kunnen geven.

Tip: Maak de handelingen luchtig en humoristisch. Je kunt de leerlingen bijvoorbeeld ook denkbeeldig kietelen of omver blazen.

Touwtrekken (groep 5-8 / pantomime)

De leerlingen worden verdeeld in twee of vier groepen. Elke twee groepen staan in een rij tegenover elkaar. De leerlingen beelden uit dat ze aan het touwtrekken zijn. De bewegingen die over en weer gemaakt worden, moeten kloppen. De manier waarop de leerlingen touwtrekken, wordt door u bepaald.  Voorbeelden: verliefd, deftig, als kippen en balletdansers.

Het donkere bos (groep 5-8 / vertrouwen)

De leerlingen verdelen zich over de ruimte en staan daar stil als boom. Eén leerling loopt geblinddoekt of met de ogen dicht van de ene kant naar de andere kant van de ruimte. Als deze leerling te dicht bij een boom komt, maakt de boom een bosgeluid.

Tip: Loop mee met de geblinddoekte leerling, zodat hij of zij zich veilig voelt.

Variatie: Wanneer de sfeer dit toe laat, kun je meerdere leerlingen tegelijkertijd door het bos laten lopen.

Wil je nog meer inspiratie voor je dramales? Vraag dan vrijblijvend een gratis proefabonnement aan op onze lesmethode en ervaar DramaOnline 14 dagen lang zelf!

Terug naar nieuwsoverzicht